- Pijnlijke diabetische neuropathie: keuze tussen duloxetine, nortriptyline en gabapentine, afhankelijk van de patiëntkarakteristieken, comorbiditeiten, en de mogelijke nevenwerkingen.
Ga naar overzicht geneesmiddelen
Duloxetine
ATC: N06AX21
Cymbalta Duloxetine EG Duloxetine Krka Duloxetine Sandoz Duloxetine Teva Duloxetine ViatrisKlik op de merknaam voor informatie over dit geneesmiddel via het BCFI.
Selecties
Contra-indicaties
- Associatie met MAO-inhibitoren (zie 10.3. Antidepressiva, rubriek “Interacties”).
- Niet-gecontroleerde hypertensie.
- Ernstige nierinsufficiëntie.
- Leverinsufficiëntie.
Zie Repertorium BCFI: 10.3.2.1
Posologie
Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
- 60 mg 1x/d *.
- Evalueer opnieuw na 2 maanden** en stop de behandeling als het effect onvoldoende is***.
* Een lagere startdosis kan worden overwogen vanwege de verdraagzaamheid.
** Bij patiënten met een inadequate initiële respons is een additionele respons na deze periode onwaarschijnlijk.
*** Er is geen bewijs dat doses hoger dan 60 mg eenmaal daags extra voordeel geven en de hogere dosering wordt minder goed verdragen.
Bij nierinsufficiëntie
- Geen dosisaanpassing bij eGFR ≥ 30 ml/min.
- Gecontra-indiceerd bij eGFR < 30ml/min.
Voorzorgen
BIJZONDERE VOORZORGEN VOOR OUDEREN
- Controleer de bloeddruk voorafgaand aan en tijdens de behandeling bij gekende cardiovasculaire aandoeningen.
- Wees voorzichtig bij nauwe hoekglaucoom gezien het mogelijk optreden van mydriasis.
- Controleer het natrium voorafgaand aan de behandeling en vervolgens na 3 tot 4 weken, gezien risico op hyponatriëmie bij ouderen.
Ongewenste effecten
- Bloedingen, vooral ter hoogte van de huid en van de mucosa (bv. van het gastro-intestinale systeem).
- Hyponatriëmie, vooral bij ouderen of bij inname van diuretica.
- Onttrekkingsverschijnselen die met SSRI’s en SNRI’s frequenter optreden dan met andere antidepressiva.
- Langdurige seksuele stoornissen, ook na stopzetten van de SNRI’s [zie Folia maart 2020].
- Misselijkheid, monddroogte, slaperigheid, hoofdpijn.
Zie Repertorium BCFI: 10.3.2.1
Interacties
- Verhoogd risico van bloeding bij associatie met antitrombotische geneesmiddelen, NSAID’s of acetylsalicylzuur.
- Verhoogd risico van hyponatriëmie bij associëren met diuretica.
- Duloxetine is een substraat van CYP1A2 en CYP2D6, en inhibitor van CYP2D6 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).
Zie Repertorium BCFI: 10.3.2.1
Pletten en delen
- Delen: zie de farmaceutische vormen vermeld in het GGR naast de specialiteit (duloxetine). Zie ook Intro 2.11.7 De toedieningswegen en farmaceutische vormen voor meer informatie over de gebruikte termen.
- Pletten: zie Intro 2.11.12. Pletten van een geneesmiddel. Zie ook Pletfiches (voer de naam van de molecule in de zoekbalk in).
Motivatie
- Duloxetine heeft bewezen werkzaamheid bij diabetische neuropathische pijn bij kortdurend gebruik (maar geen specifieke gegevens bij oudere patiënten).
- De veiligheid van het gebruik hangt af van de patiëntkarakteristieken. Houd bij de keuze tussen nortriptyline, duloxetine en gabapentine rekening met bijwerkingen, contra-indicaties en het risico op interacties tussen geneesmiddelen (zie 10.3.2.1. Tricyclische antidepressiva (TCA's) en aanverwanten, 10.3.2.2. Serotonine- en noradrenaline-heropnameremmers (SNRI’s) en 10.7.2.2. Gabapentine).
| Indicatie | ||
| Diabetische neuropathie: keuze tussen duloxetine, nortriptyline en gabapentine, afhankelijk van de patiëntkarakteristieken | ||
| Criteria voor de selectie |
Werkzaamheid | + |
| Veiligheid | ||
| Gebruiksgemak | ||
| Prijs | ||
| Expert consensus |
||