Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie
Ga naar overzicht geneesmiddelen

Warfarine

ATC: B01AA03

Selecties

Cardiovasculair stelsel:
  • Voorkamerfibrillatie: preventie van trombo-embolische events: tweede keuze* wanneer antistolling wordt overwogen, als alternatief voor DOAC's wanneer deze laatste gecontra-indiceerd of niet aanbevolen zijn**.
  • Behandeling en secundaire preventie van VTE (veneuze trombo-embolie): middellange en langdurige behandeling (aansluitend op de initiële behandeling met LMWH), tweede keuze, als alternatief voor DOAC's wanneer deze laatste gecontra-indiceerd of niet aanbevolen zijn **.

 

* NB: Bij patiënten die goed onder controle zijn met VKA's en zelfs als er geen contra-indicatie is voor een DOAC, blijft een systematische overschakeling op een DOAC af te raden vanwege een verhoogd risico op bloedingen.
** d.w.z. voornamelijk bij patiënten met klepprothese of mitraalstenose, maar ook in gevallen van antifosfolipidensyndroom of bij gelijktijdig gebruik van sterke remmers (of inductoren) van CYP3A4 of P-gp.

Contra-indicaties

  • ongecontroleerde ernstige arteriële hypertensie
  • gastro-intestinaal ulcus (en ulcerohemorragische rectocolitis)
  • aorta-aneurysma
  • ernstige nierinsufficiëntie, ernstige leverinsufficiëntie

​Zie 2.1.2.1.1. Vitamine K-antagonisten.

Posologie

Altijd op hetzelfde moment van de dag innemen.
De dosis van een vitamine K-antagonist nodig om de gewenste graad van antistolling (INR) te bereiken is individueel zeer wisselend en de startdosis bij patiënten van 60 jaar en ouder is lager.
  • startdosis: 5 mg* 1x/d 
    • aan te passen in functie van de resultaten van bloedonderzoek (vanaf 3e of 4e dag); dosisaanpassing gebeurt per halve tablet.

*Bij leverinsufficiëntie, bij lichaamsgewicht< 50 kg en bij inname van interagerende medicatie zijn lagere initiële doses en lagere onderhoudsdoses aangewezen.

Bij nierinsufficiëntie

  • De nierfunctie heeft maar weinig invloed op de antistollende werking van warfarine. Bijgevolg is een aanpassing van de posologie in het algemeen niet noodzakelijk bij patiënten met nierinsufficiëntie.
  • Toch wordt aanbevolen om vaker de INR te controleren in geval van matige tot ernstige nierinsufficiëntie.

Voorzorgen

BIJZONDERE VOORZORGEN VOOR OUDEREN

  • Ouderen zijn gevoeliger voor de vitamine K-antagonisten en het is bij hen moeilijker een stabiele INR te bereiken.
  • Voorzichtigheid is geboden bij nierinsufficiëntie en bij laag lichaamsgewicht wegens verhoogd bloedingsrisico.
  • Monitoring gebeurt door INR-bepaling: vóór en 48 u na eerste tablet, nadien om de 24 tot 48 u gedurende de eerste week of tot wanneer de onderhoudsdosis is bereikt; vervolgens 1 tot 2 maal per week gedurende 3 tot 4 weken; bij gestabiliseerde patiënten om de 14 dagen of maandelijks; na elke dosiswijziging dient de controle herhaald te worden om de 4 tot 8 dagen tot na stabilisatie.
  • De ideale INR-waarde is afhankelijk van de indicatie; bij VKF en behandeling van diepe veneuze trombose wordt een waarde tussen 2 en 3 aanbevolen (bij klepprothesen streeft men naar een cijfer tussen 2,5 en 3,5).
  • Een controle van de INR-waarde is te verantwoorden bij elke verandering in de klinische toestand of van de medicamenteuze behandeling.
  • Bij langdurig gebruik van paracetamol wordt aanbevolen de dosis paracetamol te beperken tot 2 g/dag of de INR zorgvuldig t controleren als hogere doses (> 2 g/dag) nodig zijn.
  • Indien een intramusculaire injectie absoluut moet worden toegediend, gebeurt dit best altijd in het bovenste lidmaat (gemakkelijker om druk uit te oefenen in geval van lokale hemorragie).
  • Wat betreft preoperatief stoppen van antitrombotica  zie 2.1 Antitrombotica rubriek "Bijzondere voorzorgen".
  • Voor de aanpak van een supratherapeutische INR : zie 2.1.2.1.1. Vitamine K-antagonisten rubriek "Bijzondere voorzorgen".

Ongewenste effecten

  • hemorragie, gaande van kleine ecchymosen tot grote hemorragische verwikkelingen (over het algemeen gastro-intestinaal of urinair), meestal ten gevolge van overdosering (te sterke toename van INR); maar soms ook bij therapeutische INR, voornamelijk postoperatief

​Zie 2.1.2.1.1. Vitamine K-antagonisten.

Interacties

Er zijn zeer veel interacties beschreven waarvan dikwijls het klinische belang op voorhand moeilijk in te schatten is. Daarom is het een goed principe om, wanneer men tijdens de anticoagulantiabehandeling een geneesmiddel toevoegt of stopzet, regelmatig de INR te controleren.

De belangrijkste interacties staan vermeld in 2.1.2.1.1. Vitamine K-antagonisten. tabel 2.a

 

Pletten en delen

Motivatie

MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE

  • VKA's en DOAC's hebben een vergelijkbare werkzaamheid bij trombo-embolische preventie.
  • DOAC 's zijn veiliger dan VKA's, met een lager risico op majeure bloeding en op interacties met andere geneesmiddelen. Bij oudere patiënten lijkt het voordeel van DOAC's ten opzichte van VKA's echter minder duidelijk. Bovendien worden DOAC's soms afgeraden of gecontra-indiceerd (zie ** bij rubriek Selectie).
  • Bij oudere patiënten die goed gestabiliseerd zijn op VKA's, is een verhoogd risico op bloedingen aangetoond wanneer VKA's worden vervangen door DOAC's, wat het handhaven van de VKA bij deze patiënten rechtvaardigt.
  • Warfarine is de best bestudeerde vitamine K-antagonist.

  Indicatie
Trombo-embolische preventie bij VKF Behandeling en secundaire preventie van VTE
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid + +
Veiligheid    
Gebruiksgemak    
Prijs + +
Expert
consensus
   




Feedback

Feedback

Registreer u en blijf op de hoogte

U wil op de hoogte blijven over onze projecten;

het Formularium (Info), de (e)folia, de trasparantiefiches of onze nieuwe projecten ?

Registreer u hier