- Hartfalen met gedaalde ejectiefractie: enkel als toevoeging aan een basisbehandeling met bewezen effect op lange termijn (ACE-inhibitor of bètablokker): bij tekenen van ernstige vochtretentie of bij ernstige ernstige nierinsufficiëntie (glomerulaire filtratie < 30 ml/min/1,73 m²), ²), of wanneer vochtretentie aanhoudt ondanks chloortalidon.
Furosemide
ATC: C03CA01
Furosemide EG LasixKlik op de merknaam voor informatie over dit geneesmiddel via het BCFI.
Selecties
Contra-indicaties
-
- dehydratie, hypokaliëmie, hyponatriëmie
- allergie t.o.v. sulfamiden
Posologie
-
Bij ouderen beginnen met een lage dosis en voorzichtig optitreren.De tabletten ’s morgens nuchter innemen.
- Onderhoudsdosis: 20 mg tot 40 mg 1x/d (of 40 mg om de twee dagen), in functie van de bekomen diurese.
- De maximale dosis in een enkele dosis is 60 mg.
Bij nierinsufficiëntie
- Naarmate de nierinsufficiëntie vordert wordt meer en meer furosemide uitgescheiden via de gal, waardoor de efficiëntie daalt en er hogere dosissen nodig zijn om hetzelfde effect te bekomen.
- Vanaf <10 ml/min creatinineklaring kan de halfwaardetijd tot 13,5 uur oplopen.
- Een dosis van 120 mg per dag niet overschrijden.
Voorzorgen
-
BIJZONDERE VOORZORGEN VOOR OUDEREN
- Verhoogd risico op symptomatische hypotensie en elektrolytenstoornissen (inclusief symptomatisch), dehydratie en hypovolemie.
- Risico op hyponatriëmie en hypokaliëmie, vooral in combinatie met andere geneesmiddelen die hyponatriëmie of hypokaliëmie kunnen veroorzaken.
- Het creatinine-, natrium- en kaliumgehalte in het serum moeten regelmatig gecontroleerd worden. De controles zijn vooral belangrijk en moeten strikt uitgevoerd worden bij patiënten met een verhoogd risico van verstoring van het elektrolytenevenwicht en bij aanzienlijk bijkomend vochtverlies (bijvoorbeeld door braken, diarree of hevige transpiratie). Er moet nagegaan worden of er geen sprake is van hypovolemie, uitdroging en een ernstige verstoring van de elektrolytenbalans en van het zuurbase-evenwicht.
- Bij risico op hypovolemie (extreme hitte, braken, diarree): zorg voor voldoende hydratatie en pas zo nodig de dosering aan tijdens de acute gebeurtenis.
- Ongeacht de behandeling, is dehydratatie een globale risicofactor voor de mortaliteit en dient bijgevolg vermeden te worden bij bejaarde demente patiënten.
- Bij oudere en demente patiënten is een hogere incidentie van mortaliteit waargenomen bij patiënten die werden behandeld met furosemide plus risperidon. Voorzichtigheid is geboden en de risico's en baten van deze combinatie of gelijktijdige behandeling moeten worden afgewogen.
Ongewenste effecten
-
- elektrolytenstoornissen: hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypomagnesiëmie, dehydratie en daarmee samenhangend: duizeligheid, spierkrampen, zwakte, hypotensie, verwardheid
- hyperuricemie
- verminderde glucosetolerantie
Interacties
-
+ geneesmiddelen die hypokaliëmie veroorzaken (zie $): verhoogd risico van hypokalëmie; voorzichtigheid bij gelijktijdig gebruik van digoxine, geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zieQT-verlenging en torsades de pointes), bradycardiserende geneesmiddelen
+ antihypertensiva: het antihypertensief effect wordt versterkt
+ lithium: furosemide kan de plasmaconcentratie van lithium verhogen
+ NSAID’s: vermindering van het diuretisch effect; risico op acuut nierfalen bijvoorbeeld in geval van hypovolemie, deshydratatie,...
+ cefalosporines: verhoogd risico van niertoxiciteit
+ geneesmiddelen die hyponatriëmie kunnen veroorzaken (o.a. SSRI’s, thiazidediuretica, carbamazepine): verhoogd risico van hyponatriëmie
Pletten en delen
- Delen: zie de farmaceutische vormen vermeld in het GGR naast de specialiteit (furosemide). Zie ook Intro 2.11.7 De toedieningswegen en farmaceutische vormen voor meer informatie over de gebruikte termen.
- Pletten: zie Intro 2.11.12. Pletten van een geneesmiddel. Zie ook Pletfiches (voer de naam van de molecule in de zoekbalk in).
Houdbaarheid en bewaring
- Furosemide is lichtgevoelig (niet te lang aan licht blootstellen).
Motivatie
MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE
- Doeltreffendheid:
- Er zijn geen gegevens over het langetermijnvoordeel van diuretica bij hartfalen, maar er is consensus dat, indien diuretica nodig zijn als symptoombehandeling van ernstige vochtretentie, dit enkel kan gebeuren als toevoeging aan een basisbehandeling met bewezen effect op lange termijn (ACE-inhibitor of bètablokker).
- Lisdiuretica hebben een groter diuretisch en natriuretisch effect dan thiaziden, maar bij ouderen moet men voorzichtig zijn en kan een thiazide de voorkeur hebben als eerstelijnsbehandeling wanneer het oedeem mild is en de nierfunctie dit toelaat (glomerulaire filtratie > 30 ml/min/1,73 m²).
- Grote gebruikservaring.
- Goedkoop.
| Indicatie | ||
| Hartfalen (aanvullende therapie) |
||
| Criteria voor de selectie | Werkzaamheid | + |
| Veiligheid | +/- | |
| Gebruiksgemak | ||
| Prijs | ||
| Expert consensus |
||