- Hartfalen met gedaalde ejectiefractie Mild tot ernstig hartfalen (NYHA-klassen II tot IV): tweede stap, toevoegen in geval van persisterende, ernstige symptomen, ondanks de combinatie ACE-inhibitor/ß-blokker (en een diureticum), en bij afwezigheid van ernstige nierinsufficiëntie.
Spironolacton
ATC: C03DA01
Aldactone Spironolactone EGKlik op de merknaam voor informatie over dit geneesmiddel via het BCFI.
Selecties
Contra-indicaties
-
- hyperkaliëmie, hyponatriëmie, ernstige nierinsufficiëntie (creatinineclearance < 30 ml/min)
Posologie
-
- Starten met 12,5 mg 1x/d, eventueel te verhogen tot maximum 50 mg 1x/d.
Bij leverinsufficiëntie de behandeling starten met de laagste dosis. Deze dosis kan dan geleidelijk worden verhoogd indien nodig.
Bij nierinsufficiëntie
-
- Spironolacton is gecontra-indiceerd bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (GFR < 30 ml/min).
Voorzorgen
- BIJZONDERE VOORZORGEN VOOR OUDEREN
- Periodieke bloedcontrole wordt aanbevolen, vooral bij oudere patiënten, vanwege het risico op hyperkaliëmie, hyponatriëmie en mogelijke voorbijgaande verhoging van uremie.
- Voorzichtigheid is geboden bij diabetes, verminderde nierfunctie of leverinsufficiëntie (vanwege het verhoogd risico van hyperkaliëmie).
- Vanwege het risico op hyperkaliëmie is het niet aangewezen om spironolacton toe te dienen:
- Samen met o.a. kaliumsupplementen, een kaliumrijke voeding, zoutvervangers die kalium bevatten, niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID), angiotensineconversie-enzyminhibitoren (ACE-inhibitoren), antagonisten van de angiotensine-IIreceptoren (sartanen), heparine of heparine met een laag moleculair gewicht, ...
- Of bij aandoeningen die hyperkaliëmie kunnen veroorzaken.
Ongewenste effecten
-
- hyperkaliëmie, hyponatriëmie (vooral in combinatie met andere geneesmiddelen die hyponatriëmie kunnen veroorzaken)
- gynecomastie
- gastro-intestinale klachten (nausea, diarree, krampen)
- risico van gastro-intestinale ulcera en bloedingen
Interacties
-
+ NSAID’s (incl. acetylsalicylzuur): risico van verminderd diuretisch effect van spironolacton met eventueel ernstige verslechtering van nierfunctie
+ lithium: spironolacton kan de plasmaconcentratie van lithium doen stijgen
+ hyperkaliëmiërende geneesmiddelen (zie $): toename van het risico van hyperkaliëmie
+ digoxine: spironolacton verhoogt de plasmaconcentratie van digoxine
+ andere geneesmiddelen die hyponatriëmie kunnen veroorzaken (o.a. SSRI’s, lisdiuretica, carbamazepine): risico van hyponatriëmie
Pletten en delen
- Delen: zie de farmaceutische vormen vermeld in het GGR naast de specialiteit (spironolacton). Zie ook Intro 2.11.7 De toedieningswegen en farmaceutische vormen voor meer informatie over de gebruikte termen.
- Pletten: zie Intro 2.11.12. Pletten van een geneesmiddel. Zie ook Pletfiches (voer de naam van de molecule in de zoekbalk in).
Motivatie
MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE
- Het nut om spironolacton toe te voegen in lage dosis is onderbouwd, het zorgde voor significante winst op de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit bij personen met matig tot ernstig hartfalen (NYHA-klasse III en IV) die reeds diuretica, ACE-inhibitoren en meestal ook digitalis kregen.
- In deze indicatie wordt het gebruik van spironolacton door de praktijkrichtlijnen aanbevolen.
| Indicatie | ||
| Hartfalen met gedaalde ejectiefractie - tweede stap |
||
| Criteria voor de selectie | Werkzaamheid | + |
| Veiligheid | + | |
| Gebruiksgemak | ||
| Prijs | ||
| Expert consensus |
+ | |