- Secundaire cardiovasculaire preventie (ischemische hartziekte, post-CVA, symptomatisch perifeer arterieel lijden), enkel wanneer acetylsalicylzuur gecontra-indiceerd is of niet verdragen wordt.
- Post myocardinfarct: in combinatie met acetylsalicylzuur (duale antiplaatjestherapie of DAPT) gedurende een beperkte periode.
- Na plaatsen van een coronaire stent: in combinatie met acetylsalicylzuur (DAPT) gedurende een beperkte periode.
Clopidogrel
ATC: B01AC04
Clopidogrel (HCl) Sandoz Clopidogrel EG Clopidogrel Krka Clopidogrel Teva PlavixKlik op de merknaam voor informatie over dit geneesmiddel via het BCFI.
Selecties
Contra-indicaties
- Overgevoeligheid aan clopidogrel of één van bestanddelen
- Ernstige leverfunctiestoornis
- Bestaande verhoogd bloedingsrisico, zoals ulcus pepticum of intracraniale bloeding
Posologie
Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
- 75 mg in 1 gift.
Bij nierinsufficiëntie
-
Er zijn niet veel gegevens over het gebruik van clopidogrel bij patiënten met nierinsufficiëntie. Clopidogrel dient daarom met voorzichtigheid te worden gebruikt in deze omstandigheden.
Voorzorgen
BIJZONDERE VOORZORGEN VOOR OUDEREN
- Voorzichtigheid is geboden bij nierinsufficiëntie en bij laag lichaamsgewicht wegens verhoogd bloedingsrisicoInformeer.
- Patiënten moeten worden geïnformeerd over het bloedingsrisico en hun arts of de tandarts moet worden gewaarschuwd over hun behandeling in geval van een chirurgische ingreep.
- Het effect van clopidogrel kan verminderd zijn bij trage metaboliseerders van het CYP2C19.
- Clopidogrel is niet aangewezen binnen de 7 dagen na een cerebrovasculair accident.
- Voor preoperatief stoppen: zie 2.1. Antitrombotica - Bijzondere voorzorgen.
Ongewenste effecten
- diarree, gastrointestinale pijn, dyspepsie
- bloeduitstortingen
- hematologische aandoeningen : leukopenie, thrombocytopenie, thrombotische thrombocytopenische purpura, iatrogene hemofilie
- huidreacties (waaronder Stevens-Johnson syndroom)
Interacties
+ inhibitoren van het CYP2C19 (zie Repertorium BCFI Inleiding 6.3: Interacties van geneesmiddelen): verminderen de de hoeveelheid actieve metabolitet, en verminderen aldus het effect
+ geneesmiddelen gemetaboliseerd door CYP2B6 (zie Repertorium BCFI Inleiding 6.3: Interacties van geneesmiddelen) : clopidogrel is een inhibitor van CYP2B6
+ geneesmiddelen gemetaboliseerd door de CYP2C8 (zie Repertorium BCFI Inleiding 6.3: Interacties van geneesmiddelen) : de metaboliet van clopidogrel inhibeert CYP2C8
+ oméprazole / ésoméprazole : risico op het verminderen van de actieve metaboliet van clopidogrel (minder uitgesproken vermindering met pantoprazole, die dus moet verkozen worden in geval van een behandeling met clopidogrel)
+ geneesmiddelen geassocieerd met een verhoogd bloedingsrisico (aspirine, NSAIDS, orale anticoagulantie, heparines, ISRS, ...): verhogen het bloedingsrisico
Pletten en delen
- Delen: zie de farmaceutische vormen vermeld in het GGR naast de specialiteit (clopidogrel). Zie ook Intro 2.11.7 De toedieningswegen en farmaceutische vormen voor meer informatie over de gebruikte termen.
- Pletten: zie Intro 2.11.12. Pletten van een geneesmiddel. Zie ook Pletfiches (voer de naam van de molecule in de zoekbalk in).
Motivatie
- Clopidogrel heeft in monotherapie slechts een beperkte plaats in de secundaire cardiovasculaire preventie. Het wordt vooral gebruikt wanneer acetylsalicylzuur gecontra-indiceerd is of niet verdragen wordt, maar werd niet specifiek bestudeerd in deze populaties.
- Clopidogrel, in combinatie met acetylsalicylzuur (DAPT), heeft een plaats na een myocardinfarct en na stenting voor een beperkte periode.
| Indicatie | |||
| Secundaire cardiovasculaire preventie (alleen bij intolerantie of contra-indicatie voor acetylsalicylzuur) |
Ischaemische hartziekte - in combinatie met acetylsalicylzuur - onder bepaalde voorwaarden en gedurende een beperkte periode |
||
| Criteria voor de selectie | Werkzaamheid | ++ | |
| Veiligheid | + | ||
| Gebruiksgemak | |||
| Prijs | |||
| Expert consensus |
+ | ||