Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
Hieronder wordt aangegeven met welke dosis men gewoonlijk start, en tot waar men deze nadien mag verhogen, voor zover goed verdragen.
Elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip innemen.
Bij renovasculaire hypertensie en wanneer de patiënt reeds op diuretica of zoutarm dieet staat, zijn de begindoses lager.
Hypertensie
- 10 mg, eventueel tot 40 mg 1x/d.
Hartfalen
- 2,5 mg, nadien langzaam verhogen tot de maximaal verdraagbare dosis (max. 20 mg 1x/d).
Myocardinfarct (preventie van remodellering)
- 5 mg, eventueel tot 10 mg 1x/d.
Nefropathie bij hypertensiepatiënten met type 2-diabetes
- 10 mg, eventueel tot 20 mg 1x/d.